De weg van de dojo
Terminologie en etiquette
Kendo begint en eindigt met respect. Hier lees je hoe je je in de dojo gedraagt en wat de Japanse termen betekenen die je tijdens de training hoort.
Etiquette
Twijfel je? Kijk wat de meer ervaren leden doen, of vraag het gerust. Niemand verwacht dat je als beginner alles meteen weet.
In de dojo
- Buig bij binnenkomen en verlaten
- Maak een korte staande buiging (ritsurei) naar de zaal als je de dojo binnenkomt en als je weggaat.
- Kom op tijd
- Ben je te laat? Ga dan aan de zijkant in seiza zitten en wacht tot de leraar je laat aansluiten.
- Verzorg jezelf
- Kom met schone voeten en kort geknipte nagels en doe sieraden af. Zo voorkom je blessures bij jezelf en anderen.
- Blote voeten
- Kendo doe je op blote voeten. Schoenen en slippers blijven buiten de trainingsvloer.
- Rustig en aandachtig
- Praat niet tijdens de uitleg. Luister, kijk goed en voer daarna uit wat er gevraagd wordt.
- Geen eten of kauwgom
- Op de trainingsvloer eet je niet en kauw je geen kauwgom. Drinken doe je aan de kant.
Tijdens de training
- Begin en einde
- De training begint en eindigt in een rij (seiretsu), in seiza, met een korte meditatie (mokuso) en de groeten: shomen ni rei, sensei ni rei en otagai ni rei.
- Groet je partner
- Buig voor elke oefening naar je partner en zeg onegai shimasu. Na afloop buig je opnieuw en bedank je met domo arigato gozaimasu.
- Loop niet tussendoor
- Steek de zaal niet over tussen oefenende paren door. Loop eromheen, langs de zijkant.
- Stop niet zomaar
- Moet je even stoppen, bijvoorbeeld door een blessure of omdat je duizelig wordt? Meld het aan de leraar en ga aan de zijkant zitten.
- Zanshin
- Blijf ook na een aanval alert en geconcentreerd. Dat hoort bij goed kendo en bij respect voor je partner.
Uitrusting
- Controleer je shinai
- Kijk voor elke training of je shinai geen splinters of losse delen heeft. Een kapotte shinai is gevaarlijk; vraag bij twijfel om hulp.
- Respect voor de shinai
- Stap niet over een shinai heen, leun er niet op en leg hem niet zomaar op de grond waar anderen lopen.
- Netjes aan- en uittrekken
- Doe je uitrusting zittend in seiza aan en uit, en leg je spullen geordend naast je neer.
- Schone kleding
- Zorg dat je keikogi en hakama schoon en heel zijn. Een hakama vouw je na de training netjes op.
- Help mee
- Help na afloop met opruimen. Zo laat de groep de zaal netjes achter.
Terminologie
In de dojo
- Dojo
- Oefenruimte
- Sensei
- Leraar
- Senpai
- Meer ervaren leerling
- Kohai
- Minder ervaren leerling
- Kendoka
- Beoefenaar van kendo
- Keiko
- Training, oefening
- Kamiza
- Ereplaats van de dojo
- Reiho
- Etiquette
- Ritsurei
- Staande buiging
- Zarei
- Buiging in seiza
Japanse zinnen
- Onegai shimasu
- Wilt u zo vriendelijk zijn mij te leren/trainen
- Domo arigato gozaimasu
- Dank u voor de training, hartelijk dank
- Sumimasen
- Mijn excuses, sorry
- Hai
- Ja
- Sensei ni rei
- Groet de leraar/leraren (buigen)
- Shomen ni rei
- Groet de kamiza
- Otagai ni rei
- Groet je mede-kendoka's
Commando's
- Seiretsu
- Op één rij gaan staan
- Rei
- Buigen
- Seiza
- Op je knieën zitten
- Mokuso
- Meditatie
- Yame
- Stop
- Hajime
- Start, begin
- Kotai
- Doordraaien, wisselen
- Men o tsuke
- Men opzetten
- Men o tore
- Men afzetten
- Mo ikkai
- Nog een keer
- Kamaete
- Neem houding aan
- Sonkyo
- Hurken
- Nuki toh
- Trek je zwaard
- Osame toh
- Berg je zwaard op
- Taito
- Breng je zwaard op je heup
Trefvlakken en technieken
- Men
- Slag op het hoofd
- Kote
- Slag op de pols
- Do
- Slag op de zijkant van de romp
- Tsuki
- Steek naar de keel
- Chudan no kamae
- Basishouding, met de punt van het zwaard op middenhoogte
- Kiai
- Kreet waarmee je je aanval kracht en richting geeft
- Ki-ken-tai-ichi
- Geest, zwaard en lichaam vallen samen in één aanval
- Zanshin
- Blijvende alertheid na een aanval
- Suri-ashi
- Schuivend voetenwerk
- Fumikomi
- Stampende stap die met de slag samenvalt
Oefenvormen
- Suburi
- Zwaaioefeningen
- Kirikaeshi
- Basisoefening met afwisselende slagen
- Uchikomi
- Aanvallen op een opening die je partner biedt
- Kakari-geiko
- Korte, aanhoudende aanvalsoefening
- Ji-geiko
- Vrij oefenen
- Kata
- Vaste vormen, meestal met een houten zwaard (bokuto)
- Shiai
- Wedstrijd
- Ippon
- Geldig punt
Tellen
- ichi
- 1
- ni
- 2
- san
- 3
- shi
- 4
- go
- 5
- roku
- 6
- shichi
- 7
- hachi
- 8
- kyu
- 9
- ju
- 10
Kleding en uitrusting
- Shinai
- Bamboezwaard
- Bokuto
- Houten zwaard
- Bogu
- Uitrusting
- Men
- Helm
- Kote
- Handschoenen
- Do
- Borstplaat
- Tare
- Heupbeschermer
- Hakama
- Japanse broekrok
- Keikogi
- Trainingsjasje
- Mengane
- Metalen tralies van de helm
- Tenugui
- Hoofddoekje voor onder de helm